De waterburcht ligt op een eiland van vier hectare dat volledig wordt omgeven door een watergracht. Het ensemble bestaat uit de hoofdburcht, een poortgebouw, een vakwerkschuur, een met riet gedekte graanschuur, een tuinpaviljoen en een paardenstal.
Hoofdburcht (ca. 1.248 m², beschermd monument)
Het drie verdiepingen tellende bakstenen gebouw op een sokkel van veldsteen herbergt op de begane grond een historische feestzaal met een stucplafond in Italiaanse renaissancestijl en eikenhouten parketvloer, een kapel met arcadische wandschilderingen uit de 18e eeuw, een ridderzaal, meerdere salons en een professionele keuken.
Op de twee bovenverdiepingen en in de toren bevinden zich 15 gastenkamers, waarvan 12 gerenoveerd, met in totaal 36 bedden. De zolder biedt circa 420 m² uitbreidingspotentieel. De gewelfde kelders zijn geschikt voor aanvullende functies.
Bijgebouwen
De met riet gedekte graanschuur (ca. 120 m² op de begane grond, zolder uitbreidbaar) wordt gebruikt als evenementenruimte.
De schuur beschikt over circa 424 m² vloeroppervlak met een uitbreidbare bovenverdieping en wordt momenteel gebruikt als werkplaats en opslagruimte.
Het poortgebouw (ca. 200 m² begane grond en 180 m² eerste verdieping) is voorzien van moderne sanitaire voorzieningen die in 2022 zijn aangelegd.
Het voormalige tuinmanshuis biedt circa 120 m² woonoppervlak.
De paardenstal kan worden uitgebreid tot maximaal vijf boxen.
Bouwkundige Staat en Erfgoedstatus
Baksteenbouw op een sokkel van veldsteen met bastions en een omringend grachtensysteem. Houten kozijnen met dubbele beglazing. Vloerafwerkingen: parket, houten vloerdelen, natuursteen en terracotta.
De hoofdburcht, de kapel, de graanschuur en de schuur zijn aangewezen als beschermd monument. Het gehele terrein is tevens geregistreerd als archeologisch monument.
Aansluitingen en Technische Voorzieningen
Nutsvoorzieningen
Alle gebouwen zijn aangesloten op elektriciteit en water. Daarnaast is er een 40 meter diepe waterput aanwezig die kan worden gereactiveerd voor drinkwaterwinning. Aansluiting op het openbare riool; het poortgebouw beschikt bovendien over een vergunning voor infiltratie. Glasvezelinternet is beschikbaar in alle woonruimten.
Verwarming
Verwarmingssysteem bestaande uit een 100 kW olieketel en een 50 kW houtvergasser (vernieuwd in 2018) met buffervaten. Brandhout is beschikbaar uit het eigen bos.
Energieopties
Installatie van zonnepanelen is vergunningsgerechtigd op het poortgebouw en de paardenstal. Het landgoed omvat 13 hectare bos met duurzame houtgroei.
Exploitatiekosten: ca. € 3.500 per maand
Buitenruimte en Landschap
Het park in Engelse landschapsstijl met volwassen bomen omvat uitgestrekte gazons, een met riet gedekte paviljoen en een lindelaan. Tot het terrein behoort tevens een burgvijver met een brug die aan renovatie toe is. In het bijbehorende bos staat een circa 800 jaar oude eik, aangewezen als natuurmonument.
De boomgaard bevat historische appelrassen evenals kersen-, mirabel-, pruimen-, peren-, perzik- en notenbomen, aangevuld met bessenstruiken en keukenkruiden. De landbouwgronden zijn de afgelopen jaren biologisch beheerd. Uitgestrekte weidegronden maken veehouderij mogelijk.
Gebruiksmogelijkheden
Het volledig ontsloten landgoed wordt momenteel gebruikt als hotel en voor maatschappelijke projecten. Alle ruimten verkeren in een goede functionele staat. Het terrein is geschikt voor horeca en verblijfsaccommodatie, evenementen, seminars en culturele activiteiten, evenals als privéresidentie of representatief bedrijfshoofdkantoor. Bestaande vergunningen en technische infrastructuur bieden een hoge mate van flexibiliteit. Subsidies kunnen worden aangevraagd.
Ligging
De waterburcht ligt vrijstaand binnen het dorp Turow (ca. 60 inwoners). De snelweg A20 is binnen 15 minuten bereikbaar. Greifswald, Stralsund en Rostock liggen op 20–50 minuten afstand; de Oostzee en het Mecklenburgse merengebied op 40–50 minuten. Berlijn en Hamburg zijn in circa twee uur te bereiken.
Geschiedenis
Het burchtcomplex werd in de 12e/13e eeuw gesticht als voorpost van het klooster Neuencamp. In 1387 wordt het voor het eerst in documenten vermeld als riddergoed onder Henrikus Lüssow. Van 1414 tot 1636 was het eigendom van de adellijke familie von Bonow, die het complex aanzienlijk uitbreidde. Vanaf 1719 bleef het meer dan 200 jaar in bezit van de familie von Ferber.
Na 1939 kende het landgoed verschillende functies, waaronder gebruik als school, rust- en seminariecentrum van de Pommers-Evangelische Kerk en als instelling van de Blauwe Kruis-beweging. Sinds 2014 is het in particulier bezit.